Inleiding
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV daarvoor geeft.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.
Met betrekking tot de verwerking van de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling, die doorgaans is opgenomen in de septembercirculaire van het boekjaar. De gemeente Weert volgt deze stellige uitspraak.
Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt, geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV het volgende. Gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen Wmo-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een jaarlijks vergelijkbaar volume is het niet toegestaan om een voorziening te vormen. Indien het volume niet vergelijkbaar is moet wel een voorziening getroffen worden. Voor het sparen van verlofuren en voor bovenwettelijk verlof is daarom wel een voorziening getroffen.
Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van het door de gemeenteraad op 4 februari 2026 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving en op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2026.
De rechtmatigheidsverantwoording ziet toe op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van artikel 11 van de Financiële-verordening.
De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruikcriterium omvat:
Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door de gemeenteraad is vastgesteld d.d. 4 februari 2026, overeenkomstig artikel 12 van de Financiële verordening gemeente Weert 2026.
Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in artikel 13 van de Financiële verordening gemeente Weert 2026 is beschreven wanneer deze overschrijdingen als acceptabel worden aangemerkt. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien zij niet tijdig aan de gemeenteraad zijn gemeld. In artikel 13 sub 6 en 7 van de Financiële verordening gemeente Weert 2026 is opgenomen dat alle onderschrijdingen en overschrijdingen op baten, lasten en investeringen die na de laatste tussentijdse rapportage worden geconstateerd, worden opgenomen in de jaarrekening en in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze worden niet meegenomen in het oordeel van rechtmatigheid.
Ten aanzien van het misbruik- en oneigenlijk-gebruikcriterium (M&O-criterium) is de nota M&O-beleid van de organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik, overeenkomstig artikel 14 van de Financiële verordening gemeente Weert 2026. Omdat uitsluitend bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid, zijn eventuele gevallen van misbruik – mits afzonderlijk of cumulatief boven de verantwoordingsgrens – opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
